De menselijke motor, de basis van talent
De mens heeft eigenlijk een hybride motor: De spieren bevatten twee soorten spiervezels, die elk op een eigen manier brandstof verbruiken. De spiervezels van het type 1 werken voornamelijk door oxidatie van vetten en suikers en deze oxidatie gebeurt met zuurstof die aangevoerd wordt door de longen en de bloedsomloop. Dit zijn de aërobe spiervezels, ook nog rode of trage spiervezels genoemd. deze spieren kunnen blijven werken zolang er brandstof en zuurstof beschikbaar zijn. Marathon en ultramarathon lopers hebben bijna uitsluitend type 1 spieren. De figuur hieronder toont een aëroob schema.
Door in te ademen krijgen we zuurstof uit de lucht, die 21 % zuurstof bevat, om deze brandstof om te zetten in energie. Veruit het grootste deel van deze omzetting gebeurt in de vorm van warmte, die we nodig hebben om in de eerste plaats in leven te blijven, maar bij het beoefen van sport is deze warmte overtollig en is een soort "afvalproduct" samen met het uitgeademde koolzuurgas CO2 en waterdamp. De longen nemen ook niet alle beschikbare zuurstof op zodat het grootste deel (17 %) terug wordt uitgeademd. Gelukkig wordt ook een klein deel van de energie omgezet in elektriciteit in de vorm van ontladingen, die de spiervezels doen samentrekken. Deze samentrekking veroorzaakt de bewegingen b.v. van bovenbeen, knie en onderbeen die nodig zijn om de pedalen te bewegen. Deze beweging zal tenslotte de nuttige arbeid verrichten. In het beste geval is deze nuttige arbeid 25 % van de beschikbare energie in de brandstof. Het rendement van de menselijke motor is dus ongeveer 25 %. Bij een aërobe inspanning blijft het ganse lichaam in principe in evenwicht, hetgeen betekent dat het ganse systeem de inspanning zeer lang kan volhouden; Er is voldoende brandstof aanwezig, er wordt voldoende zuurstof opgenomen, er wordt voldoende zuurstof naar de spiercellen gevoerd, en er worden voldoende afvalstoffen afgevoerd.
Wat gebeurt er met de andere 75 % die vrijkomt als warmte? Dit is een groot probleem want die moeten we kwijt raken, zoniet zou ons lichaam zo erg opwarmen dat het op de kortste keren verdere dienst zou weigeren. Bij een matige inspanning van 200 Watt zouden we zonder efficiënt fysiologisch koelsysteem na 15 minuten reeds een lichaamstemperatuur van 39 °C hebben
We kunnen deze warmte afvoeren door middel van 3 fysische mechanismen n.l. door straling, door convectie en door verdamping of zweten.
De spiervezels van het type 2 gebruiken energie die in de spieren is opgeslagen, zonder aanvoer van extra zuurstof. Dit zijn de anaërobe spiervezels, ook witte of snelle vezels genoemd. Sprinters hebben meer type 2 spieren.
De analogie met de hybride motor is dus duidelijk; Type 1 spieren zijn zoals de benzinemotor, en type 2 spieren zijn zoals een elektrische motor werkende op een batterij.
Deze anaërobe batterij is snel leeg. Een sprinter kan alles geven gedurende 5 tot 15 seconden, en dan is het over and out! Dit is de werkelijke reden waarom sprinters zo moeilijk een echte col kunnen rijden. Dus niet omdat zij zwaarder zijn, maar wel omdat zij de verkeerde spieren hebben. Omgekeerd kan een "strijkijzer" nooit een sprinter worden.

Bron: fietsica.be